Naar een sterkere regiowerking in Vlaanderen?

Naar een sterkere regiowerking in Vlaanderen?

Het Vlaams Regeerakkoord (oktober 2019) zet in op vaste regio-omschrijvingen in Vlaanderen, “waarbinnen alle vormen van intergemeentelijke samenwerking moeten plaatsvinden (...) De Vlaamse overheid zal de eigen regionale afbakeningen afstemmen op deze regio’s.”

Bovenstaande paragraaf uit het Regeerakkoord zal een ‘aha-erlebnis’ hebben gebracht bij heel wat lokale en regionale beleidsmakers. Ook het vorige regeerakkoord maakte daaromtrent beloftes, evenals rond het werken met geïntegreerde gebiedsgerichte programma’s. Maar los daarvan, beantwoordt het voornemen van de Vlaamse Regering wel degelijk aan een vraag die leeft op het terrein. Alleen is er volgens IDEA meer nodig dan vaste geografische grenzen om bakens te kunnen verzetten op het regionaal niveau.

In de uitwerking van de regio-afbakening moeten minstens vier dimensies worden doorgedacht. Naast de geografische afbakening van de regio’s, stelt zich een stevig organisatievraagstuk, moet de agenda worden afgelijnd en is er perspectief nodig op financiering. We gaan er kort op in.

Puzzelstukken regiowerking

Afbakening van de regio’s

De geografische afbakening van regio’s is een moeilijk thema, hoewel.... op basis van de regionale woonmarkten, het versterkt streekbeleid, de vervoersregio’s, de streekintercommunales, zelfs de stadsregio’s,... zien we gemeenschappelijke contouren naar boven voor een relatief coherente regio-afbakening voor interlokaal, interbestuurlijk en intersectoraal overleg in Vlaanderen. Dit is geen pleidooi voor onveranderlijke grenzen, maar voor herkenbare werkomschrijvingen die coördinatie toelaten en in hun toepassing flexibel blijven.

Atypische casussen zijn er zeker, denk aan Limburg (één regio?), de Brusselse rand of de Westhoek. Om verder over na te denken.

De discussie regionaal – stadsregionaal is volgens IDEA semantisch. Steden kunnen niet als eilanden worden gezien, maar moeten benaderd worden in hun samenhang met de omgeving. Zo vermijden we overigens bij een afbakeningsoefening dat de randgemeenten als ‘donuts’ met weinig onderlinge verwantschap overblijven. De passus in het Regeerakkoord om in het stedenbeleid de stadsregionale dimensie sterker in te weven, is volkomen terecht.

Bestuur en organisatie

Een tweede vraag stelt zich op het vlak van bestuur en organisatie. In de meeste rapporten die vandaag worden gepubliceerd over regionale samenwerking, laten we maatwerk toe per regio. Op basis van de netwerkliteratuur stellen we aangepaste vormen voor die rekening houden met de traditie en de protagonisten in de verschillende regio’s.

Vraag is of we dat maatwerk kunnen aanhouden als we niet langer spreken over het managen van tijdelijke programma’s, maar over een structurele laag van interbestuurlijke samenwerking, over beleidsdomeinen heen? De vervoersregio’s volgen bv. wel een uniforme format.

Zelfde twijfel als het gaat over het al dan niet uitbouwen van de regio’s tot een (semi) bestuurslaag. Hebben we op het regionale niveau democratische structuren nodig die knopen kunnen hakken? Er bestaat alleszins een ongemakkelijk gevoel bij een te sterke institutionalisering. Zo moet bv. de relatie met het maatschappelijke veld verzekerd blijven. Zou het geen meerwaarde zijn mochten belangrijke bedrijven of ziekenhuizen een stem hebben in de vervoersregio’s? Nu blijven ze hun bedrijfsvervoer in parallelle circuits organiseren. Jennifer Nelles (universiteit Toronto) had het in haar doctoraat ook over de kracht van het ‘civic capital’ op regionaal niveau. Ook dat mogen we niet versmachten in instituties.

Tot slot – en niet het minst belangrijk- moeten we beseffen dat interbestuurlijk samenwerken een interne aanpassing vereist van de betrokken besturen zelf. Samenwerken vraagt openstaan voor maatwerk en onderhandeling, gebiedsprojecten solliciteren naar samenwerken over beleidsdomeinen heen. De bestaande bestuurlijke organisatie is op deze punten weerbarstig. Het vraagt een Copernicaanse revolutie bij het model van vandaag. Op lokaal niveau, maar wellicht nog meer in de Vlaamse administratie.

De inhoudelijke agenda

Vervolgens moeten we ook nog uitmaken waar het op regionaal niveau zoal moet over gaan? Wat is de agenda? Het gevaar bestaat dat we er alles willen regelen en de kar overladen.

Uit onderzoek van het Steunpunt Bestuurlijke vernieuwing weten we dat de Omgevingsthema’s (ruimte, wonen, energie,...), uitgebreid met infrastructuur en mobiliteit, zich bij uitstek aandienen voor een gecoördineerde aanpak op regioniveau. Dat zijn ook domeinen met een dominant publiek karakter, sterker dan de domeinen zorg en economie (publiek-privaat). Moeten we het daar dan niet toe beperken? Het zou sterk zijn mocht dat al lukken. Het spoort ook logisch met de Vlaamse ambitie voor een transversaal omgevingsbeleid en de duurzaamheidsdoelstellingen rond ruimte, energie, circulariteit, etc.

De veiligheidsthema’s (politie en brandweer) houden we best buiten deze arena. De zonale samenwerking daarrond loopt en wordt hier beter niet in vermengd.

Financiering

Tot slot is er het financieringsvraagstuk. Gemeenten geraken uitgekeken op het intergemeentelijke niveau, bij gebrek aan structurele investeringsenveloppes. Vlaanderen financiert regionaal overleg, maar de investeringsmiddelen blijven centraal. De regiolaag uitbouwen tot een echte interbestuurlijke scharnier, betekent ook stappen zetten in het decentraliseren van de middelen (regio-enveloppes bijvoorbeeld).

Daarnaast moeten we regionaal ook de private middelen sterker mobiliseren. Als we de grote transitievraagstukken willen aanpakken, zullen we er met de Vlaamse begroting alleen niet komen. De city- en regiodeals in Nederland krijgen bv. een veel sterkere cofinanciering vanuit het bedrijfsleven.

In projecten en programma’s kunnen ook nieuwe mechanismen als rollende investeringsfondsen worden ingezet, waar Luuk Boelens e.a. (2019) nog op wees in een recente studie voor het Departement Omgeving.

Samen verder nadenken?

Bart Van Herck (IDEA) zal samen met prof. Filip De Rynck (UGent) een keynote verzorgen over ‘structureel samenwerken op regioniveau’ op de VRP Werelddag van de Stedenbouw op 21 november 2019 in Vilvoorde. Een ideale gelegenheid om verder na te denken over het organiseren van de regiowerking in de toekomst.

arrow team members
foto Bart Van Herck
Bart Van Herck
Senior Expert Regionale & Stedelijke Ontwikkeling / Gedelegeerd Bestuurder
foto Valentijn Vanoeteren
Valentijn Vanoeteren
Senior Consultant Regionale & Stedelijke Ontwikkeling

IDEA Consult respecteert de privacy van uw gegevens.
Waarom cookies? Ze worden gebruikt om de website en uw browserervaring te verbeteren. 
Klik op "Ik heb het begrepen" om cookies te accepteren of klik op meer informatie.

Ik heb het begrepen