Is intergemeentelijke samenwerking het alternatief voor fusie?

Is intergemeentelijke samenwerking het alternatief voor fusie?

Het Vlaams regeerakkoord en de Beleidsnota van Minister voor Binnenlands Bestuur Bart Somers kondigen opnieuw een financieel ondersteuningspakket (schuldovername) aan voor gemeenten die willen fuseren.

Op het terrein zien we dat de financiële impuls voor gemeentelijke fusies niet alleen gesprekken rond fusie stimuleert, maar minstens even sterk de opstart van meer structurele samenwerking tussen gemeenten. Door middel van samenwerking willen besturen kosten drukken, dienstverlening verbeteren, of sterker beleid neerzetten.

Is samenwerking een volwaardig alternatief voor fusie?

Samenwerking tussen gemeenten kan vast en zeker voordeel brengen voor besturen. De voorbije decennia is daarvan op verschillende plaatsen het bewijs geleverd (samenaankoop, delen van experten, een gezamenlijk containerpark, etc..).

Tegenover fusie heeft samenwerking zijn voor- en nadelen: het belangrijkste voordeel dat besturen zien in samenwerking is het behoud van de volle gemeentelijk autonomie. Keerzijde blijft dat echte herverdelings- of investeringsvraagstukken binnen een vrijwillig samenwerkingsverband moeilijk of niet geregeld geraken, omdat beslissingen altijd vanuit een lokaal perspectief worden beoordeeld.

Hoe kunnen gemeenten versterkt samenwerken?

Dat het vele gemeenten menens is met samenwerking, mag o.a. blijken uit het vernieuwde vocabularium. Op verschillende plaatsen maakt de term ‘associatie’ haar ingang, in navolging van de samenwerking die de politiezone TARL (Ternat, Affligem, Roosdaal, Liedekerke) in 2014 opstartte met de gemeente Dilbeek en de naburige zone AMOW.

De term heeft geen juridische betekenis, maar verwijst in de meeste hoofden wel naar een meer structurele samenwerking. In het geval van bovengenoemde politieassociatie werd een dienstverlenende vereniging opgericht, waarbinnen een kaderovereenkomst geldt die afhankelijk van de partijen via subovereenkomsten op verschillende domeinen wordt opgeladen (recherche, wachtdienst, slachtofferbejegening,...).

Als we even loskomen van de term en inzoemen op de achterliggende ambitie van meer structurele samenwerking, wat maakt dan het verschil tussen succes en minder succes?

In onze opinie, heeft de meerwaarde van samenwerking alles van doen met de gezamenlijke maatstaf die men aan de samenwerking oplegt, alsook met de bereidheid om een deel van de gemeentelijke autonomie af te staan of minstens samen in te vullen. We gaan er verder op in.

Samen de lat hoger leggen

Onder gezamenlijke maatstaf bedoelen we dat een intergemeentelijke samenwerking slechts meerwaarde brengt als gemeenten effectief beslissen om samen een hoger ambitieniveau te bereiken. Het lijkt evident, maar in de praktijk zien wat dat samenwerking vaak niet verder reikt dan overleg of samenvoeging van wat al bestaat. Stel dat twee gemeenten een beter loopbaanbeleid willen voeren en sterkere profielen aantrekken, dan volstaat het niet om de beide personeelsdiensten te laten samenwerken. Zoals Filip De Rynck (UGent) het jaren geleden formuleerde in een essay in het VVSG-blad Lokaal (2013): van twee zwakke schakels maak je geen sterke ketting. Een sterker personeelsbeleid voeren, zou in dat geval betekenen: samen een competente HR-manager aanwerven die de gewenste professionalisering kan waarmaken.

Succesvol samenwerken is met andere woorden meer dan samenvoegen, het is gezamenlijk een hoger ambitieniveau bereiken en daartoe ook de middelen in stelling brengen.

Bereidheid om de autonome sturing gedeeltelijk in te ruilen voor schaalvoordelen

Daarmaast moet gezegd dat de voordelen van samenwerking, zowel financieel als op vlak van dienstverlening, ook samen hangen met de mate van delegatie. We geven in onderstaande tabel een overzicht van de vier types van intergemeentelijk samenwerken die Westers (2011) onderscheidt in zijn masterthesis.

In veel gevallen spreken we in Vlaanderen over netwerksamenwerking. Ambtenaren werken samen, maar van echte onderlinge delegatie is geen sprake. Netwerksamenwerking is de meest voorzichtige vorm van samenwerken, waarbij de potentiële meerwaarde van samenwerking slechts tendele wordt gerealiseerd (ten voordele van het behoud van een autonome aansturing). Dat is anders in de andere drie vormen, waarbij ofwel één gemeente optreedt als gast, waarbij taken onderling worden verdeeld (matrixmodel), of waarbij een facilitair bedrijf wordt opgericht. In deze drie gevallen zijn de potentiële voordelen groter.

Zo komen we er eigenlijk op uit dat aan samenwerking of fusie eenzelfde dilemma aan de basis ligt: de keuze tussen schaal versus het behoud van autonomie. Met dat verschil vanzelfsprekend dat men in het geval van samenwerking op een selectieve manier de domeinen van samenwerking afbakent en dat de overdracht van bevoegdheden niet volledig of definitief is.

Tabel

arrow team members
foto Bart Van Herck
Bart Van Herck
Senior Expert Regionale & Stedelijke Ontwikkeling / Gedelegeerd Bestuurder
foto Valentijn Vanoeteren
Valentijn Vanoeteren
Senior Consultant Regionale & Stedelijke Ontwikkeling

Klanten

  • Steden en provincies

IDEA Consult respecteert de privacy van uw gegevens.
Waarom cookies? Ze worden gebruikt om de website en uw browserervaring te verbeteren. 
Klik op "Ik heb het begrepen" om cookies te accepteren of klik op meer informatie.

Ik heb het begrepen