Evaluatie van de (boven)lokale samenwerking rond werkgelegenheid en economie

Evaluatie van de (boven)lokale samenwerking rond werkgelegenheid en economie

Versterkt streekbeleid

Vlaanderen telt 14 samenwerkingsverbanden Versterkt streekbeleid. Binnen die samenwerkingsverbanden wordt overleg gepleegd tussen besturen, sociale partners en andere streekactoren over de sociaal-economische toekomst van de Vlaamse regio’s. In het verlengde van de visie worden acties en projecten opgezet.

Op basis van de evaluatie stellen we vast dat de ambities uit de conceptnota Versterkt streekbeleid van Minister Muyters gedeeltelijk worden gehaald. De actiegerichtheid van de verbanden is vergroot (in vergelijking met de RESOC-periode, 2005-2015), maar de betrokkenheid van de lokale besturen blijft problematisch. Deels heeft dat te maken met het geringe mandaat vanuit de Vlaamse overheid. Een sterker streekbeleid impliceert een sterker engagement vanuit Vlaanderen.

Een belangrijke beweging die blijkt uit de evaluatie, is de inkantelijk van de samenwerkingsverbanden rond streekbeleid in de provinciale werking (West-Vlaanderen, Limburg) en in de werking van de streekintercommunales (elders in Vlaanderen). Dat zorgt voor meer power en draagkracht, maar de bestuurlijke inbedding roept anderzijds zorgen op naar de betrokkenheid van private actoren en naar de onafhankelijkheid van het streeoverleg in de toekomst.

Figuur 1: partnerschappen Versterkt streekbeleid in Vlaanderen

streekbeleid

Regie sociale economie

Vlaanderen telt 32 regisseurs sociale economie: 4 steden en 28 intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. 2/3 van de Vlaamse gemeenten zijn er in betrokken. Uit de evaluatie blijkt dat de meerwaarde van de regisseurs de afgelopen jaren vooral bestond uit het losweken van meer draagvlak binnen de lokale besturen voor samenwerking met de sociale economie. We zien meer aandacht in de meerjarenplanning (in een aantal gevallen ook financiële ondersteuning), de gemeenten hebben zich sterker als actor gemanifesteerd (Lokale diensteneconomie) en ze zijn actiever klant en afnemer geworden van de sociale economie (aanbesteding van werken en diensten). Het maken van de brug tussen de reguliere en de sociale economie blijft moeilijk en een aantal regisseurs beschouwen dat minder als hun kerntaak. De regie van de lokale besturen is faciliterend, want ze beschikken niet over de hefbomen om acties af te dwingen. Hun doorzettingsmacht is beperkt.

Voor de toekomst van de regierol onderscheiden we drie scenario’s die los van elkaar, maar ook in cummul kunen worden georganiseerd:

  • Bestuursregie: het bestuur als partner van de sociale economie (de regie is intern gericht);
  • Terreinregie: netwerkcoördinatie (interne en externe oriëntatie) in functie van een maximale inzetbaarheid van personen met een afstand tot de arbeidsmarkt;
  • Beleidsregie: afstemming van het lokaal beleid sociale economie, op het breder werkgelegenheidsbeleid en het bovenlokaal beleid op vlak van economie, mobiliteit en andere relevante domeinen.

De bestuurs- en de terreinregie vereisen een nabije schaal (steden, kleine clusters van gemeenten), de beleidsregie wordt beter gevoerd op een wat hogere schaal (denk aan de schaal van het Versterkt streekbeleid of de vervoersregio’s).

Figuur 2: initiatieven regie sociale economie

sociale economie

Bovenlokaal werkgelegenheidsbeleid

Tot slot boog IDEA zich over de vraag op welke manier een geïntegreerd lokaal werkgelegenheidsbeleid in de toekomst het best vorm krijgt? Op vandaag zien we immers verschillende initiatieven die los van elkaar opereren: Wijk-Werken, Versterkt streekbeleid, regie sociale economie, ESF-oproepen, Tijdelijke werkervaring, etc.

IDEA ziet verschillende argumenten die meer aandacht motiveren voor een lokaal werkgelegenheidsbeleid:

  • De lokale arbeidsmarktsituaties verschillen heel sterk, met tussen buurgemeenten soms grote verschillen op vlak van arbeidsreserve of werkloosheid;
  • Er is nood aan een fijnmaziger activeringsbeleid om de schaarste op de arbeidsmarkt aan te pakken en de latente arbeidsreserve aan te spreken;
  • De begeleiding van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, vereist een meer geïntegreerde aanpak, die op lokaal niveau kan worden aangeboden.

De voorbije jaren zijn al stappen gezet die de samenwerking bevorderen, zoals de inkanteling OCMW-gemeente of de samenwerkingsovereenkomsten tussen VDAB en de lokale besturen, inmiddels 28 over Vlaanderen.

Niettemin is bijkomend initiatief nodig vooraleer we kunnen spreken van een volwaardig en geïntegreerd (boven)lokaal werkgelegenheidsbeleid. De capaciteit binnen de lokale besturen dient te worden versterkt, de samenwerking tussen de besturen en de VDAB dient verder ontwikkeld, en het lokaal bestuur moet als regisseur meer doorzettingsmacht en middelen krijgen vanuit de Vlaamse overheid.

arrow team members
foto Bart Van Herck
Bart Van Herck
Senior Expert Regionale & Stedelijke Ontwikkeling / Gedelegeerd Bestuurder
foto Valentijn Vanoeteren
Valentijn Vanoeteren
Senior Consultant Regionale & Stedelijke Ontwikkeling

IDEA Consult respecteert de privacy van uw gegevens.
Waarom cookies? Ze worden gebruikt om de website en uw browserervaring te verbeteren. 
Klik op "Ik heb het begrepen" om cookies te accepteren of klik op meer informatie.

Ik heb het begrepen